Wetenschappelijk onderbouwd

In de behandeltrajecten wordt onderscheid gemaakt tussen netwerkfysiotherapeuten en centrale fysiotherapeuten. Als netwerkfysiotherapeut verwijst u uw patiënt naar de centrale fysiotherapeut die de rol van case manager vervult. Tijdens een eenmalig preoperatief orthopedisch consult voert de centrale fysiotherapeut onderzoek en metingen uit. In zijn onderzoek wordt hij bijgestaan door een orthopedisch chirurg. Dit gezamenlijke consult vindt ook plaats na een eventueel operatieve ingreep.

Aantoonbare kwaliteit

Op vaste momenten in het behandeltraject worden ten behoeve van het BIBO-onderzoek (Better In Better Out) zes metingen verricht (T0-T6), tot twee jaar na het zorgproces. Alle metingen voldoen aan geldende wetenschappelijke eisen en worden door de centrale fysiotherapeut uitgevoerd met behulp van de meest moderne test- en meetapparatuur, gevalideerd voor de Nederlandse patiëntenpopulatie. Aan de hand van de meetgegevens wordt een benchmark afgeleid waarmee de kwaliteit van het zorgtraject wordt bewaakt.

Op grond van relevante informatie uit orthopedische literatuur maakt CQC gebruik van de volgende meetinstrumenten:

Mobiliteitstests

Krachttests

Functionele tests

In OrthoNet worden de volgende vragenlijsten gebruikt:

Algemeen

Knie

Heup

Schouder

Case management

Na diagnose in het gezamenlijk orthopedisch consult wordt de patiënt (terug)verwezen naar de netwerkfysiotherapeut en/of orthopedisch chirurg. De centrale fysiotherapeut is als case manager verantwoordelijk voor de kwaliteit van de fysiotherapeutische interventie door de netwerkfysiotherapeut. Kiest de patiënt voor behandeling door een fysiotherapeut buiten het CQC-netwerk, dan houdt de case manager evengoed contact met de patiënt met het oog op registratie van de behandelresultaten.